Leegstandsbelasting: wat verandert er voor openbare besturen en ondernemingen.
Blog
24 september 2026
1. Belasting op leegstand, ongeschiktheid en onbewoonbaarheid: drie verschillende heffingen
Er zijn drie verschillende heffingen die in de praktijk vaak door elkaar worden gehaald. Toch kunnen ze elk andere gevolgen en procedures hebben. Het is dan ook essentieel om het onderscheid te kennen tussen de drie verschillende situaties:
- Leegstand houdt in dat een pand niet, of onvoldoende, wordt gebruikt volgens zijn bestemming
- Ongeschiktheid houdt in dat het pand uitgesproken gebreken vertoont, bijvoorbeeld een gebouw dat niet voldoet aan de minimale kwaliteitsnormen (bv. stabiliteit, brandveiligheid, minimale woonoppervlakte, …);
- Onbewoonbaarheid houdt in dat het pand een ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid vormt (bijvoorbeeld instortingsgevaar, onveilige elektrische installaties, gebrek aan basisvoorzieningen zoals water en sanitair, …).
De wetswijzigingen die in deze korte blog worden uiteengezet, hebben betrekking op de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
2. Korte situering: twee leegstandsregimes
Het bestrijden van leegstand gebeurt in Vlaanderen zowel op het niveau van de Vlaamse overheid en de lokale besturen:
- Veel lokale overheden hebben een eigen gemeentelijk regime voor leegstaande woningen, gebouwen en kamers;
- Daarnaast bestaat er een Vlaams kader voor bedrijfsruimten van minstens 5 are, waarvan meer dan de helft niet volgens de bestemming wordt gebruikt.
De leegstandsheffing op het lokale niveau werd reeds besproken in onze eerdere blog van 24 januari 2024: Leegstand is stilstand: hoe vermijd je een leegstandsbelasting? – De Groote – De Man
De hieronder besproken wijzigingen situeren zich slechts onder het belastingregime op Vlaams niveau.
3. Wat verandert er?
De Vlaamse regering heeft op 10 juli 2026 wijzigingen goedgekeurd aan onder meer het Besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en het Besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013.
De voornaamste wijzigingen aan deze wetgevende bronnen zijn als volgt:
Vlaamse saneringssubsidie verdwijnt
In het verleden voorzag het Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten in een subsidie voor zowel de verwering als de sanering van onroerende goederen die in de Inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten (hierna: “de Inventaris”) waren opgenomen.
De eerstgenoemde financiële ondersteuningsmaatregel is reeds eind 2021 geschrapt en nu is ook de steunmaatregel in het geval van saneringswerkzaamheden aan de beurt.
Concreet blijft de oude regeling enkel gelden voor subsidiedossiers die vóór januari 2025 werden ingediend.
Bij eventuele renovatie- en herontwikkelingsprojecten dient bijgevolg rekening te worden gehouden met het verlies van deze bijkomende financieringsmogelijkheid.
Inschakeling van andere personeelsleden en externe deskundigen
Het Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten sprak in het verleden in zijn artikel 4 met betrekking tot de voorwaarden waaronder het Departement Omgeving kan overgaan tot registratie in de Inventaris enkel van “ambtenaren”. Deze term is vervangen door “personeelsleden”. Zo kan de Vlaamse Overheid ook personeelsleden van andere overheidsinstanties machtigen om de nodige vaststellingen te doen.
Daarnaast wordt ook de mogelijkheid geboden om “externe deskundigen” vaststellingen te laten doen voor een mogelijke registratie in de Inventaris. Deze wijzigingen zouden ertoe moeten leiden dat de administratieve druk op personeelsleden van het Departement Omgeving daalt. Daardoor kunnen zij zich meer toeleggen op de einduitspraak in leegstandsdossiers.
Het is hierbij wel essentieel dat het aanstellingsbesluit van deze “externe deskundige” uitdrukkelijk wordt vermeld dat de externe deskundige beschikt over de vereiste bevoegdheid om de nodige vaststellingen ter plaatse te kunnen doen. Daarnaast dient de externe deskundige te beschikken over een aanstellingsbewijs of legitimatiekaart. Als eigenaar of gebruiker van het betrokken pand kunt u de deskundige steeds vragen om dit voor te leggen.
Beveiligde zending als procedureel communicatiekanaal
Om de communicatiewijzen in lijn te brengen met de digitalisering van de inventarisatie zelf, werden de bewoordingen “aangetekende brief” vervangen door “beveiligde zending”. Met de introductie van de beveiligde zending is communicatie over registratie, schrapping en opschorting van leegstand niet langer beperkt tot een klassieke aangetekende zending. Ook een afgifte tegen ontvangstbewijs en andere door de Vlaamse Regering toegestane betekeningswijzen waarbij de datum van kennisgeving betrouwbaar kan worden vastgesteld, zijn toegelaten, zoals een elektronisch aangetekende zending.
De beveiligde zending dient te worden gebruikt voor belangrijke stappen in de procedure, zoals de opname in het leegstandsregister, het indienen van bezwaar en een aanvraag tot schrapping door de eigenaar.
Vragen over leegstandsbelasting?
Of het nu gaat om een gemeentelijke, stedelijke of Vlaamse leegstandsbelasting: een correcte inschatting van uw situatie en een tijdige reactie kunnen het verschil maken.
De Groote – De Man adviseert u over de toepasselijke regels en begeleidt u bij de juiste procedure.