Menu

Wat is ‘de Belgische class action’?

De Belgische class action is een gerechtelijke procedure die is ingevoegd bij wet van 28 maart 2014.

Deze procedure maakt het mogelijk voor een groepsvertegenwoordiger (een consumentenorganisatie of een organisatie die de belangen van kmo’s behartigt) om een procedure op te starten voor een groep consumenten of kmo’s waarin een vergoeding (of een ander herstel) wordt gevorderd, zonder dat die consumenten of kmo’s (noch individueel, noch als groep) als procespartij in de procedure zijn betrokken.

 

Wat is de aanleiding voor de geplande wetswijziging van de Belgische class action?

Op 25 november 2020 hadden het Europees Parlement en de Raad de Richtlijn 2020/1828 aangenomen “betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten”[1]. In deze Richtlijn werd aan de Europese Lidstaten de verplichting opgelegd om in het nationaal recht minstens één procedure te voorzien waarin stakings- en herstelmaatregelen kunnen worden gevorderd te bescherming van consumentenrechten en dit aan de hand van een representatieve vordering (zijnde een procedure waarbij de individuele consumenten zelf geen partij zijn). De Lidstaten moesten hun nationale wetgeving aanpassen tegen uiterlijk 25 december 2022. In maart 2023 werd België door de Europese Commissie in gebreke gesteld voor de laattijdige omzetting van de Richtlijn.

Daarnaast bestaat de Belgische class action op 28 maart 2024 tien jaar. Het was steeds de bedoeling van de wetgever om de bestaande wetgeving periodiek te evalueren. Na een decennium wenst de wetgever nu de bestaande wetgeving aan te passen aan de opgedane praktijkervaring.

 

Wat zal er wijzigen aan de Belgische class action ?

In het wetsontwerp worden enkele fundamentele wijzigingen aan de bestaande Belgische class action in het vooruitzicht gesteld. We vestigen de aandacht op de volgende fundamentele zaken.

  1. Het materieel toepassingsgebied van de class action wordt uitgebreid. De class action procedure kan enkel worden aangewend indien er collectieve schade is geleden ten gevolge van i) een contractuele inbreuk, of ii) een inbreuk op een Belgische wet of Europese rechtsnorm die expliciet in een lijst in het Wetboek van Economisch Recht staat opgenomen. Deze lijst wordt uitgebreid. Nieuw is bijvoorbeeld dat de collectieve vordering kan ingesteld worden bij inbreuken op de wetgeving inzake handelsagentuur, commerciële samenwerkingsovereenkomsten, verkoopconcessies en vervoersovereenkomsten (Boek X WER). Ook verschillende Europese rechtsnormen worden aan het materieel toepassingsgebied toegevoegd.
  2. De class action kan enkel worden ingesteld door een groepsvertegenwoordiger. In de wet zijn op heden criteria voorzien waaraan de groepsvertegenwoordiger moet voldoen. Organisaties die menen dat ze aan de criteria voldoen, moeten een erkenning aanvragen bij de Minister van Economie om als groepsvertegenwoordiger te mogen optreden. Slechts enkele organisaties werden daarvan vrijgesteld (zoals bijvoorbeeld Test Aankoop).

In het wetsontwerp worden vooreerst de wettelijke criteria waaraan een groepsvertegenwoordiger moet voldoen, gewijzigd. Bovendien moet voortaan elke organisatie een erkenning vragen bij de bevoegde minister (behoudens de Consumentenombudsdienst en een organisatie die zetelt in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO).

Dit heeft tot gevolg dat bestaande erkenningen komen te vervallen en opnieuw moeten worden aangevraagd. Nieuw is wel dat organisaties ook ad hoc kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger. Indien een organisatie aan de wettelijke voorwaarden voldoet maar geen ministeriële erkenning heeft gevraagd of heeft ontvangen, dan kan de rechter die organisatie alsnog ad hoc toelaten om een collectieve rechtsvordering in te stellen.

  1. Het wetsontwerp voorziet tevens dat in het buitenland erkende groepsvertegenwoordigers ook in België kunnen optreden, en in België erkende groepsvertegenwoordigers ook in het buitenland kunnen optreden (grensoverschrijdende representatieve vordering).
  2. Een individuele consument of onderneming die deel wil uitmaken van de groep, zal dat voortaan enkel kunnen doen indien hij uitdrukkelijk verklaart om deel te willen uitmaken van die groep (opt in). Voorheen kon de rechter (behalve in bepaalde gevallen) zelf beslissen of de groep werd gevormd via een opt in systeem dan wel via een opt out systeem. Die keuzemogelijkheid komt dus te vervallen.
  3. Bijzonder vernieuwend is dat de groep pas wordt gevormd nadat een veroordelend vonnis tegen de schadeveroorzaker werd uitgesproken. Voorheen werd de groep veel eerder gevormd, namelijk nadat de rechtsvordering ontvankelijk werd verklaard én alvorens de rechtbank zich had uitgesproken over de merites van de zaak. Nu kunnen individuele consumenten en ondernemingen afwachten tot er effectief een uitspraak is om de beslissing te nemen of zij door deze uitspraak willen gebonden zijn.

Dit wetsontwerp ligt ter bespreking en stemming voor in het federaal parlement. Het is afwachten of over dit wetsontwerp nog in deze legislatuur zal kunnen worden gestemd.

 

[1] Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020  betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG (hieronder “Richtlijn 2020/1828”), Pb. L 409 van 4 december 2020, 1-27.