Menu

Heb je als grootouder een recht om je kleinkind te zien?

Ja, het Burgerlijk Wetboek heeft voor deze situaties een clausule voorzien. Artikel 375 bis (oud) B.W. stelt namelijk het volgende :

« De grootouders hebben het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden.
… 
Bij gebreke van een overeenkomst tussen de partijen, wordt over de uitoefening van dat recht in het belang van het kind op verzoek van de partijen of van de procureur des Konings beslist door de [familierechtbank]. [De familierechtbank weigert de uitoefening van het recht op persoonlijk contact enkel als de uitoefening van het recht ingaat tegen het belang van het kind.] »

 

Wat wil dit nu zeggen?

Elke grootouder heeft volgens dit wetsartikel recht om een contact te hebben met dit kind. Dit principe is wederzijds. Ook een kleinkind heeft dus recht om de grootouders te blijven zien.

Een grootouder moet dus niet kunnen bewijzen dat hij een bijzondere affectieve band heeft met zijn kleinkind om hem een persoonlijk contact toe te kennen.

Deze band wordt namelijk verondersteld en zelfs onweerlegbaar vermoed. Grootouders worden dus net als ouders aanschouwd als principieel omgangsgerechtigden.

Iedere andere persoon die een contact wenst met een kind, moet wel een affectieve band kunnen aantonen vooraleer een contactrecht wordt toegekend. Wat dit contact precies inhoudt, wordt per situatie beoordeeld. Dit kan gaan om één woensdagnamiddag per maand. Of één zaterdag om de 3 weken,…   Soms beslist de Rechter dat dit contact moet plaatsvinden in een neutrale bezoekruimte.

Waar en hoelang dit contact moet plaatsvinden, is afhankelijk van verschillende elementen zoals bv. de contacten in het verleden, de afstand tussen de woonplaatsen,…

 

Wie wordt als grootouder gezien?

Van zodra het juridisch vaststaat dat je grootouder bent, heb je een recht op dit contact. Als je zoon vermoedelijk de vader is van een kind – maar dit is nog niet zeker of staat nog niet vast, kan je dus in principe geen beroep doen op dit wetsartikel.

 

Wat bij adoptie ?

Voor kleinkinderen die geadopteerd zijn, is het minder duidelijk.  Bij een gewone adoptie blijft de afstammingsband bij de oorspronkelijke familie bestaan en blijven de grootouders dus wettelijke grootouder.   De ‘nieuwe ‘ grootouders door de gewone adoptie hebben geen juridische afstammingsband. Rechtspraak meent echter dat ook deze grootouders van het recht op contact volgens art. 375bis (oud) B.W. gebruik kunnen maken.

Bij volle adoptie worden de banden met oorspronkelijke familie juridisch volledig doorgeknipt en verkrijgen de ‘nieuwe’ grootouders wél  een wettelijke afstammingsband. Zij vallen dus sowieso onder de noemer grootouder.  De oorspronkelijke (biologische) grootouders verliezen aldus hun afstammingsband. Het Hof van Cassatie heeft echter beslist dat ook deze grootouders hun recht op persoonlijk contact blijven behouden.

 

En bij stiefkleinkinderen ?

Stiefgrootouders (o.a. de nieuwe partner van de grootouder of de ouders van een stiefouder) hebben geen juridische afstammingsband. Zij vallen dus niet onder de principieel omgangsgerechtigden en moeten dus een affectieve band met de stiefkleinkinderen aantonen.

 

Moet de recht dit contact altijd toekennen?

Neen, het Burgerlijk Wetboek heeft immers een nuancering voorzien, en dit ter bescherming van het kind. Als de Rechter van oordeel is dat een contact met deze grootouder niet in het belang is van het kind, dan kan de Rechter dit contact weigeren.

Voorbeelden hiervan kunnen zijn : een dermate negatieve houding van grootouder tegenover het kind, waardoor het kleinkind beïnvloed zou kunnen worden. Of een ernstige verslavings- of agressie problematiek waardoor de veiligheid van het kind niet gegarandeerd kan worden,,…

Het zal dan aan de ouders (of de voogd) zijn om aan te tonen dat het contact niet in het belang is van het kind.

 

Kan het kleinkind dit contact weigeren?

Elke minderjarige die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, heeft het recht om door de Familierechter gehoord te worden. Kinderen die nog niet 12 jaar zijn, kunnen wel zelf de vraag stellen om ook gehoord te worden. Ook de grootouders of ouders of zelfs het Parket kan deze vraag stellen.  Indien het verzoek uitgaat van een ouder of grootouder, kan de rechter het verhoor weigeren.

Tijdens dit horen van het kind, heeft de Rechter een informeel gesprek met de minderjarige. Hierbij kan het kleinkind zijn mening geven over de vraag tot een contact met de grootouders. Het staat de Rechter vrij om al dan niet rekening te houden met de mening van de minderjarige.

 

Hoe kan ik als grootouder dit recht op contact bekomen?

Als het niet lukt om met de ouders van het kleinkind zelf tot een regeling te komen, dan kan de hulp van derden eventueel soelaas bieden.

Bij De Groote – De Man streven we steeds in eerste instantie naar een minnelijke regeling. In vele gevallen kan met een gezamenlijk gesprek al tot een oplossing worden gekomen. De concrete afspraken die worden gemaakt, worden best in een overeenkomst gegoten die vervolgens worden bekrachtigd in een officieel vonnis.

Indien samen met alle partijen aan tafel zitten niet mogelijk blijkt te zijn, dan moet de vraag tot het contact worden gericht aan de Familierechtbank. Hiervoor dient een verzoekschrift worden opgemaakt waar bij de concrete situatie én concrete vraag wordt toegelicht.

Wens je bijstand of meer informatie over het recht op persoonlijk contact met je kleinkind, neem dan vrijblijvend contact met ons op.