Dossier nieuw vennootschapsrecht: wat verandert op vlak van bestuur?
Menu

Dossier nieuw vennootschapsrecht: elk aspect in de kijker

U weet het ondertussen al, binnenkort treedt het nieuw vennootschapsrecht in werking. Het belang van het nieuwe ‘Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen’ (wat we hierna kortweg “WVV” noemen) kan moeilijk worden overschat. Bijna alle onderdelen van het huidige vennootschapsrecht ondergaan (al dan niet) ingrijpende wijzigingen. Het meest frappante voorbeeld hiervan is de kapitaalloze BV die, nog meer dan de BVBA vandaag, dé spilvennootschap bij uitstek zal worden. De reden voor de vernieuwing is de nood aan een ondernemingsvriendelijker klimaat in ons land.  Vooral vereenvoudiging en flexibilisering staan daarbij centraal.

Normaal gezien zou het WVV al op 1 januari 2019 in werking treden, maar deze deadline is voorlopig even uitgesteld, omdat er bepaalde punten nog moeten worden uitgeklaard.  Want inderdaad: het gaat nog steeds om een voorstel. Veel ingrijpende aanpassingen worden echter niet meer veracht. Daarom willen wij u nu al zo goed mogelijk voorbereiden op wat er gaat veranderen.  Dat doen we met ons ‘Dossier nieuw vennootschapsrecht’. In dit dossier zullen we hier om de twee weken een nieuw hoofdstuk toevoegen, dat telkens een ander aspect van de nieuwe wet verder toelicht.

DGDM licht elke twee weken een ander aspect van het nieuw vennootschapsrecht nader toe

Deel 1: Het bestuur

In deze eerste bijdrage van ons dossier nieuw vennootschapsrecht, lichten we de belangrijkste veranderingen op het vlak van het bestuur van de vennootschap toe.

1. Vertegenwoordiging van rechtspersonen-bestuurders

Het komt geregeld voor dat natuurlijke personen hun mandaat als bestuurder niet opnemen in eigen naam. Ze doen dit dan via een managementvennootschap, waarvan zij dan de functie opnemen van vaste vertegenwoordiger. Die is dan belast met de uitvoering van dat mandaat in naam, en voor rekening van, de managementvennootschap. Soms ontstaat er op die manier een keten van vaste vertegenwoordigers. Meer bepaald wanneer de vaste vertegenwoordiger opnieuw een rechtspersoon is.  Het nieuw vennootschapsrecht stelt paal en perk aan deze praktijk: voortaan zal de bestuurder-rechtspersoon als vaste vertegenwoordiger uitsluitend nog een natuurlijk persoon kunnen aanduiden.

Verder maakt het WVV ook komaf met ander een fenomeen dat men in de praktijk wel eens ziet. Het gebeurt soms dat een natuurlijk persoon met twee verschillende petjes tegelijkertijd zetelt in éénzelfde raad van bestuur: in eigen naam én als vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon-bestuurder. Of dat die nog als vaste vertegenwoordiger van een andere rechtspersoon in éénzelfde raad van bestuur zetelt. Ook dit zal niet langer mogelijk zijn.

2. Afschaffing openbare orde-karakter ad nutum afzetbaarheid bestuurder NV

Een tweede belangrijke nieuwigheid is dat het principe van de ad nutum afzetbaarheid van de bestuurder van een NV verandert. Dat is afzetbaarheid zonder opzeggingsvergoeding of -termijn, zonder motivering en met een gewone meerderheid van stemmen binnen de algemene vergadering. Deze verliest haar openbare orde-karakter en wordt van aanvullend recht .

Dat wil zeggen dat de statuten of de individuele overeenkomst met de bestuurder voortaan een andere regeling kunnen bepalen.  De bestuurders, en in het bijzonder de onafhankelijke bestuurders, en zij die een of meerdere minderheidsaandeelhouders vertegenwoordigen, zijn zo dus beter beschermd tegen een onmiddellijk ontslag.

Uiteraard doet deze afschaffing geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de vennootschap om het mandaat van de bestuurder onmiddellijk te beëindigen voor een wettige reden. Bijvoorbeeld in het geval van een zware strafrechtelijke overtreding in de professionele sfeer of fiscale fraude.

3. Wijziging bestuursmodel NV

Ook het bestuursmodel van de NV is grondig herdacht in het nieuw vennootschaprecht. Waar de NV vandaag enkel een klassieke (“collegiale”) raad van bestuur kent, bestaande uit minstens twee bestuurders, zal zij in de toekomst ook een enige bestuurder kunnen aanstellen. Mede om die reden verdwijnt trouwens de commanditaire vennootschap op aandelen (“Comm. VA”) als afzonderlijke vennootschapsvorm.

Directieraad en raad van toezicht

Verder zal de NV ook de mogelijkheid hebben om een volwaardig tweeledig bestuur in te voeren dat bestaat uit enerzijds een directieraad en anderzijds een raad van toezicht. De algemene vergadering benoemt de leden van de raad van toezicht en de raad van toezicht benoemt de leden van de directieraad.

De directieraad is bevoegd voor alle operationele aangelegenheden.  De raad van toezicht  is, naast uiteraard het toezicht op de directieraad, enkel bevoegd voor de strategie van de vennootschap en voor een aantal voorbehouden bevoegdheden.

Bovendien worden beide raden strikt gescheiden. Dat gebeurt op twee manieren. Hun bevoegdheden zijn exclusief (en kunnen dus nooit overlappen) én iemand kan niet tegelijkertijd zetelen in beide vennootschapsorganen.

Afschaffing directiecomité as we know it

Als gevolg van de (mogelijkheid tot) invoering van een volwaardig duaal bestuur, schaft het nieuw WVV ineens ook het huidige directiecomité af. Weliswaar blijft de raad van bestuur beschikken over de mogelijkheid om bepaalde bevoegdheden te delegeren aan een uitvoerend comité. De delegatie aan een dagelijks bestuurder valt dus onder de bevoegdheid van de directieraad, aangezien het dagelijks bestuur per definitie onderdeel is van hun wettelijke bevoegdheden.

4. Dagelijks bestuur: wettelijke definitie

Het nieuw WVV bevat een duidelijke definitie van wat tot het dagelijks bestuur behoort. Dat maakt in principe een einde aan de controverse die daar vandaag nog altijd over heerst in de rechtspraak en de rechtsleer.

Onder de notie dagelijks bestuur vallen voortaan alle handelingen en beslissingen die hetzij niet verder reiken dan de behoeften van het dagelijks leven van de vennootschap (de zgn. dagdagelijkse handelingen), hetzij van zo’n klein belang zijn of zo’n urgentie hebben dat het bijeenroepen van een raad van bestuur niet gerechtvaardigd zou zijn.

Zodra één van die twee criteria is vervuld, valt de beslissing dus onder het dagelijks bestuur.  In tegenstelling tot wat vandaag de dag het geval is (onder invloed van de rechtspraak van het Hof van Cassatie) zal het dus niet langer nodig zijn dat de criteria van “gering belang” en “urgentie” cumulatief zijn vervuld.

5. Beperking aansprakelijkheid bestuurders

De meest in het oog springende – en meest controversiële– nieuwigheid van de hervorming op bestuurlijk vlak is wellicht de invoering van een wettelijke aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders van vennootschappen (en verenigingen / stichtingen).

Een bestuurder zal voortaan nooit voor een hoger bedrag kunnen worden aangesproken dan het wettelijk vastgestelde forfaitair plafond. Dit plafond varieert tussen  € 125.000 euro en € 12 miljoen, afhankelijk van de maatschappelijke en economische impact van de vennootschap.  Die wordt bepaald aan de hand van de omzet (excl. BTW) en het balanstotaal van de vennootschap. Het aantal werknemers speelt voor deze kwalificatie dus geen rol.

Deze beperking geldt voor elke (al dan niet feitelijke) bestuurder, zaakvoerder, dagelijks bestuurder, lid van een directieraad of van een raad van toezicht.

Bovendien geldt de aansprakelijkheidsbeperking zowel voor vorderingen van de vennootschap als ten aanzien van derden, en dit ongeacht de aard van de aansprakelijkheid (contractueel of buitencontractueel), de aard van de fout (gewone of (kennelijk) grove fout), en het aantal schadelijdende partijen.

Meer info over hoe dit zit voor vzw’s kan je ook in deze eerdere blogpost lezen.

Uitzonderingen

Uiteraard kan een bestuurder zich niet op de beperking van zijn aansprakelijkheid beroepen in geval van bedrieglijk opzet.  Opmerkelijker is wel dat hij dit volgens het nieuw WVV evenmin zal kunnen voor fiscale schulden… De fiscus heeft dus opnieuw een stapje voor op de andere schuldeisers.

De aansprakelijkheidsbeperking kan per (verweten) feit of geheel van feiten ingeroepen worden en geldt niet per bestuurder, maar voor alle aansprakelijke bestuursleden samen.  Alleen al op vlak van aansprakelijkheid als bestuurder zorg je er dus maar beter voor dat de raad van bestuur uit een zo groot mogelijk aantal leden bestaat.

De invoering van de aansprakelijkheidsbeperking voor bestuurders neemt uiteraard de mogelijkheid niet weg om deze aansprakelijkheid te verzekeren, al dan niet met de vennootschap als verzekeringnemer (en dus op kosten van de vennootschap).

Meer nog, volgens de wetgever zal de nieuw ingevoerde aansprakelijkheidsbeperking bijdragen tot een betere verzekerbaarheid van het bestuursrisico, zodat meer mensen zich geroepen zullen voelen een bestuursfunctie op te nemen. Deze gedachtegang gaat waarschijnlijk wel een brug te ver, want het (laten) verzekeren van de bestuurdersaansprakelijkheid is nooit een probleem geweest. Dat bewijzen de vele polissen tot dekking van de bestuurdersaansprakelijkheid die vandaag de dag al bestaan.

De discussie met de verzekeraars gaat over de hoogte van het verzekerde bedrag en de bijhorende te betalen premies. Daaraan lijkt de invoering van een aansprakelijkheidsbeperking dus weinig te zullen verhelpen.

Vragen of meer uitleg?

Heb je na het lezen van dit eerste hoofdstuk nog vragen of wens je meer informatie?

Laat het ons weten! We helpen je graag verder.

Meer info over het wetvoorstel kan je ook hier vinden.

 

 

Delen op