Geen kapitaal, meer effecten: alles over de nieuwe BV
Menu

De BV, de nieuwe versie van de BVBA

De nieuwe BV (Besloten Vennootschap, en opvolger van de huidige BVBA) werd de ‘one-size-fits-all vennootschap’, d.w.z. de basisvennootschap die voor de meeste doeleinden kan gebruikt worden. Hiervoor onderging de BVBA, zoals we die hiervoor kenden, een grondige metamorfose met onder meer een afschaffing van het maatschappelijk kapitaal en meer keuze tussen soorten effecten. Het achterliggende doel – trouwens van de hele nieuwe wetgeving – is de flexibiliteit voor ondernemerschap verhogen.

Maar heeft de medaille ook een keerzijde? Wat zijn de gevolgen van deze veranderingen voor aandeelhouders van de nieuwe BV?

In dit hoofdstuk van ons Dossier Nieuw Wetboek Vennootschappen gaan we dieper in op de gevolgen van de afschaffing van het maatschappelijk kapitaal en de nieuwe mogelijkheden voor effecten. Daarnaast bespreken we ook de nieuwe mogelijkheden en procedures die deze veranderingen met zich meebrengen voor de werking van de BV.

Laten we beginnen met het verdwijnen van het kapitaal.

Afschaffing maatschappelijk kapitaal

Stemrechten zijn niet meer afhankelijk van aandelen

 Zoals eerder al vermeld, is meer flexibiliteit het motief achter de afschaffing van het maatschappelijk kapitaal. Het is dan ook logisch dat de aandeelhouders van de nieuwe BV dankzij deze nieuwe maatregel meer vrijheid krijgen.  Bijvoorbeeld op het gebied van stemrechten.

Vroeger stond vast dat als je één aandeel had, je hiermee één stem kon uitbrengen. Dankzij de nieuwe vennootschapswet kan je hiervan afwijken in de statuten. Je kan iemand met één aandeel evenveel stemrechten geven als iemand met tien aandelen.

Maar dat roept ook vragen op.

Geen kapitaal, geen bescherming voor schuldeisers?

Het kapitaal in de BVBA bestond natuurlijk wel voor een reden. Bijvoorbeeld om rechten toe te kennen aan aandeelhouders. Maar anderzijds ook ter bescherming van schuldeisers.

Dit wordt in het nieuwe vennootschapsrecht opgevangen door alternatieve maatregelen.

Alternatieve beschermingsmechanismen voor de schuldeisers

Toereikend aanvangsvermogen

Het is niet de bedoeling dat een flexibelere wetgeving leidt tot onverantwoord ondernemen. Daarom legt de nieuwe wet nadruk op een aantal voorwaarden om een BV te kunnen oprichten. Deze voorwaarden bestonden ook al voor de BVBA.

Een van die voorwaarden is dat er een toereikend aanvangsvermogen moet zijn. Dat wil zeggen, een vermogen dat toereikend is in het licht van de voorgenomen bedrijvigheid in de eerste 2 jaar. Dit vermogen moet uit eigen middelen bestaan, maar bij de beoordeling van het toereikend karakter, mag men rekening houden met andere bronnen van financiering (bv. achtergestelde leningen).

Hiernaast moeten de oprichters ook verplicht motiveren dat het aanvangsvermogen toereikend is in het financieel plan.

Financieel plan

Een andere voorwaarde om een BV te kunnen opstarten is het financieel plan. Dat geeft een gedetailleerd overzicht van de vermoedelijke financiële behoeften en inkomsten gedurende de eerste twee werkjaren van de vennootschap en verantwoordt ook het bedrag van het aanvangsvermogen.

Het financieel plan heeft in de nieuwe vennootschapswet een minimuminhoud van zeven verplichte rubrieken:

  1. nauwkeurige beschrijving van de voorgenomen bedrijvigheid
  2. overzicht van alle financieringsbronnen en eventuele zekerheden
  3. openingsbalans en geprojecteerde balans na 12 en 24 maanden
  4. geprojecteerde resultatenrekening na 12 en 24 maanden
  5. begroting van verwachte inkomsten en uitgaven voor min. 2 jaar
  6. hypotheses bij inschatting van de omzet en rentabiliteit
  7. indien bijstand, vermelding naam deskundige

Er zijn niet alleen voorwaarden voor de oprichting van de BV, maar ook voor beslissingen die genomen worden daarna.

Beslissingen verantwoorden via dubbele uitkeringstest

De dubbele uitkeringstest dient telkens te worden toegepast bij uitkeringen aan de aandeelhouder(s), bijvoorbeeld bij de uitkering van een dividend.

Die test houdt twee stappen in:

Stap 1: de balanstest

De algemene vergadering van aandeelhouders moet controleren of het eigen vermogen, samengeteld met de onbeschikbare reserves, negatief zou worden als gevolg van de uitkering.  Als dat het geval is, mag er geen uitkering plaatsvinden.

Bij deze controle houdt de algemene vergadering rekening met de laatst goedgekeurde jaarrekening of een recentere staat van actief en passief.

Wat is het gevolg hiervan? In de nieuwe BV kan je via deze controle winsten van lopende boekjaren uitkeren. Dit is tot nu toe enkel mogelijk in de NV via interim-dividenden, maar dan wel ten vroegste zes maanden na afsluiten van het boekjaar en pas om de drie maanden.

(Meer over de werking van de algemene vergadering in de nieuwe vennootschapswet? Klik hier.)

Stap 2:  de liquiditeitstest

Het bestuur gaat na of de BV nog minstens 12 maanden na de uitkering haar opeisbare schulden kan betalen. Om de beoordeling te maken, houdt men rekening met de normale verwachtingen.  Je kan immers niet weten of een van je klanten in het komende jaar failliet zal gaan.

De liquiditeitstest kan gebeuren aan de hand van de quick ratio-check, een vergelijking van de vlottende activa met de korte termijnschulden.

En wat als de dubbele uitkeringstest niet gebeurt?

Sancties bij niet-naleving van de dubbele uitkeringstest

BV’s die uitkeringen toestaan zonder eerst de dubbele uitkeringstest uit te voeren kunnen wel degelijk een sanctie krijgen. Zo kan niet-naleving van deze maatregel leiden tot terugvordering van de uitkering van alle aandeelhouders. Bovendien geeft het ook aanleiding tot de hoofdelijke aansprakelijkheid van het bestuur, hetgeen van belang is voor een eventueel later faillissement.

(Alles weten over het Bestuur in de nieuwe wetgeving? Klik hier.)

Het kapitaal is niet het enige wat wijzigde voor de BV op 1 mei 2019. Er werd namelijk heel wat mogelijk op het vlak van effecten en de rechten die ze met zich meebrengen.

Hoe zit het met aandelen en, meer bepaald, de aandeelhouders?

Effecten en hun rechten in de nieuwe BV

de nieuwe Bv biedt meer keuzevrijheid in effecten en hun bijhorende rechten voor aandeelhouders

Onder de vorige vennootschapswet was er nog een beperkte vrijheid qua soorten effecten. Die regeling is in de nieuwe wet veel soepeler geworden.

Welke soorten effecten werden mogelijk?

In de nieuwe BV kan men kiezen uit alle soorten effecten die niet door een wet verboden zijn. Zo kan een BV vanaf dan ook converteerbare obligaties en warrants of inschrijvingsrechten uitgeven.

De enige beperking is dat er minstens één aandeel met stemrecht en één aandeel met winstrecht moet zijn. Die twee eigenschappen kunnen wel in één aandeel worden gecombineerd.

Rechten van effecten moeten niet gelijk zijn

Hiervoor was het zo dat alle effecten binnen de BVBA gelijke rechten moesten hebben. In de nieuwe vennootschapswet is dat niet meer zo. Dat wil zeggen dat er dus verschillende categorieën van effecten kunnen bestaan binnen de BV, elk met hun specifieke rechten. Zo kan er bijvoorbeeld aan één soort effect geen stemrecht gekoppeld zijn en aan een andere soort een meervoudig stemrecht.

De algemene vergadering oordeelt over de uitgave van effect

Elke introductie van een nieuwe soort alsook elke wijziging, afschaffing of fusie van soorten effecten vereist een beslissing van de algemene vergadering van aandeelhouders.

Als er nieuwe aandelen uitgegeven worden naar aanleiding van nieuwe inbrengen, moet er een verslag opgesteld worden door het bestuursorgaan. Daarin moet de uitgifteprijs verantwoord worden ten aanzien van de bestaande aandeelhouders. Let wel, het verslag kan achterwege gelaten worden als alle aandeelhouders het hier unaniem mee eens zijn.

De algemene vergadering kan de bevoegdheid tot uitgifte van nieuwe effecten ook delegeren naar het bestuur. De reden daarvoor is dat het bestuur zo gemakkelijker kan inspelen op economische trends, interessante overnames of op de fluctuerende voorwaarden van de kapitaalmarkt.

Het leeuwenbeding

De vorige vennootschapswet verbood het zogenaamde ‘leeuwenbeding’. Dit wil zeggen dat een aandeelhouder niet vrijgesteld kon worden van verlies en tegelijkertijd ook niet volledig uitgesloten van winst.

In de nieuwe wetgeving is het wel mogelijk om een aandeelhouder vrij te stellen van elk verlies.

Put-optie

De put-optie houdt in dat je aandelen op een bepaald moment kan verkopen aan een overeengekomen prijs.  Als die overeengekomen prijs hoger is dan de werkelijke waarde van het aandeel (al rekening houdend met het verlies van dat boekjaar) kan je op die manier uitsluiten dat je mee deelt in het verlies van dat boekjaar.

Versoepeling op vlak van overdraagbaarheid

De algemene regel blijft dat aandelen binnen de BV kunnen worden overgedragen met toestemming van ¾ van de aanwezige aandeelhouders tijdens een bijeenkomst waarbij minstens de helft van de aandeelhouders aanwezig is.

In die nieuwe wetgeving kan wel van die regel afgeweken worden in de statuten. Zo kan men bijvoorbeeld in de statuten bepalen dat de aandelen volledig vrij overdraagbaar zijn, zodat je als verkoper-aandeelhouder geen toestemming moet krijgen van je medeaandeelhouders om je aandelen te verkopen. In de andere richting zijn extra beperkingen via de statuten ook mogelijk. Zo kan men bijvoorbeeld opnemen dat unanimiteit een vereiste is om aandelen over te dragen.

Vragen? Wij kunnen helpen.

Heb je nog vragen over de nieuwe BV? Of over de nieuwe vennootschapswet in het algemeen? Ons team van experts in het ondernemingsrecht helpt je graag verder.

Klik hier om contact op te nemen.

Wat verandert er nog in het nieuwe vennootschapsrecht?

Lees ook de andere hoofdstukken van ons Dossier Nieuw Wetboek Vennootschappen:

Ook interessant:

 

 

 

Delen op