Nieuw wetboek vennootschappen: wat met de geschillenregeling?
Menu

De nieuwe vennootschapswetgeving, kortweg ‘WVV’, heeft onder andere gevolgen voor de geschillenregeling.
In dit derde hoofdstuk van ons dossier Nieuw wetboek vennootschappen gaan we dieper in op wat er precies verandert.

Wat is de geschillenregeling?

De geschillenregeling is één van de meest succesvolle systemen voor conflictoplossing in het Belgisch vennootschapsrecht. De procedure is een laatste redmiddel om conflicten tussen aandeelhouders op te lossen, zonder dat het voortbestaan van de vennootschap in het gedrang komt.

Het nieuw wetboek brengt verschillende wijzigingen aan in de geschillenregeling. Voornamelijk met als doel om de procedure op proceseconomisch vlak te optimaliseren en enkele discussies in de praktijk te beantwoorden. Dit alles zonder te raken aan de essentie van de procedure.

Binnen de geschillenregeling  zijn er twee varianten: de uittreding en de uitsluiting.

De vordering tot uitsluiting is – what’s in a name? – een vordering waarbij een aandeelhouder vraagt om een andere aandeelhouder “uit te sluiten” en diens aandelen aan hem over te dragen. Het gaat dan om een verplichte overdracht.

In geval van uittreding eist een aandeelhouder dat de andere aandeelhouder verplicht zijn aandelen overneemt.  Bij de uittreding is het dus de eisende aandeelhouder die uit de vennootschap verdwijnt. Het gaat dan om een verplichte overname.

1. Niet voor alle vennootschappen

Enkel aandeelhouders van de niet-genoteerde BV en NV beroep doen op deze geschillenregeling.  De aandeelhouders van de andere overblijvende vennootschapsvormen (CV, maatschap, VOF en CommV.) dus niet.

2. Wie, wanneer, hoe, ..?

Vordering tot uitsluiting

Wie?

Niet iedereen kan een vordering tot uitsluiting instellen.  Enkel aandeelhouders die alleen, of gezamenlijk effecten, bezitten die minstens 30% vertegenwoordigen van de stemmen verbonden aan het geheel van de bestaande effecten. Of waaraan minstens 30% van de winstrechten zijn verbonden (voor de BV) / aandelen waarvan de nominale waarde of de fractiewaarde 30% van het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigt (voor de NV).

Kortom, u moet minstens 30% van de aandelen in handen hebben om de uitsluiting te kunnen vorderen.

Wanneer?

Dit kan enkel wanneer er sprake is van gegronde redenen voor de uitsluiting. Een gegronde reden is bijvoorbeeld wanneer het gedrag van de geviseerde aandeelhouder de belangen van de vennootschap zodanig schaadt dat hij in redelijkheid niet langer als aandeelhouder kan worden geduld. Bij het beoordelen van de gegronde reden staat het belang en de continuïteit van de vennootschap centraal.

Hoe?

De vordering moet worden ingesteld voor de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank (nieuwe benaming voor de Rechtbank van Koophandel sinds 1 november 2018).

Vordering tot uittreding

Wie?

In tegenstelling tot de vordering tot uitsluiting, kan iedere aandeelhouder zich beroepen op de procedure tot uittreding. Er is geen kwantitatieve beperking.

Wanneer?

Ook bij de procedure tot uittreding moet er sprake zijn van een gegronde reden. De gegronde reden moet van die aard zijn dat er van de aandeelhouder die wenst uit te treden, redelijkerwijze niet langer kan worden verlangd dat hij aandeelhouder blijft. Een veelvoorkomend voorbeeld is een gebrek aan verstandhouding met de overige aandeelhouders.

Hoe?

Ook deze vordering moet worden ingesteld voor de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank.

3. Vernieuwde terminologie

In de nieuwe wetgeving wordt er voortaan ook in het kader van de BV (vroegere BVBA) gesproken over aandeelhouders in plaats van vennoten en over effecten in plaats van aandelen. Deze terminologie is een bewuste keuze van de wetgever.

De term aandeelhouder verduidelijkt dat het niet enkel gaat om de vennoten in de strikte zin, maar dat de procedure ook betrekking kan hebben op titularissen van een gedeelte van het eigendomsrecht (bv. in het geval van mede-eigendom, vruchtgebruik of blote eigendom).

De term effecten verduidelijkt dat het niet enkel gaat om aandelen, maar ook om stemverlenende effecten, zoals winstbewijzen, en effecten en contractuele rechten die recht geven op de verwerving van dergelijke effecten, zoals inschrijvingsrechten en opties.

4. Uitbreiding bevoegdheden rechter

De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank kan op dit ogenblik enkel oordelen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de vordering tot uitsluiting of uittreding en de waarde van de aandelen. Daarbij kunnen zijdelingse kwesties niet worden meegenomen in de procedure. Dat betekent dat er een nieuwe procedure moet worden opgestart wanneer de procedure bijvoorbeeld evolueert van een vordering tot uittreding / uitsluiting naar een ontbinding om wettige reden. Dit is uiteraard weinig proceseconomisch.

Om dit te optimaliseren, breidt het WVV de bevoegdheden van de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank uit. De rechter zal voortaan ook uitspraak kunnen doen over geschillen die met de uitsluiting of uittreding verband houden (bv. geschillen omtrent het eigendomsrecht, niet-concurrentiebedingen, financiële betrekkingen tussen partijen en de vennootschap, zoals rekening-courant, leningen, …). Bovendien wordt de Voorzitter ook uitdrukkelijk bevoegd om uitspraak te doen over de ontbinding van de vennootschap om wettige reden.

Ook de bevoegdheid van de Voorzitter op het vlak van de waardering van de aandelen wordt uitgebreid. Zo wordt hem de mogelijkheid gegeven om naast de waarde van de aandelen (“de prijs”) ook een aantal randvoorwaarden te bepalen. Zo zal de Voorzitter bijvoorbeeld een zekerheidstelling kunnen opleggen voor de nog te betalen prijs. Ook zal hij de eisende partij in uitsluiting of de verwerende partij in uittreding kunnen verplichten om eventuele zakelijke en persoonlijke zekerheden op te heffen, of een tegengarantie te bieden. Tevens zal de Voorzitter de waardering kunnen koppelen aan het feit dat de overdrager al dan niet instemt met een voorgesteld concurrentiebeding.

5. De knoop doorgehakt in oude discussies

Tot slot hakt het nieuw ondernemingsrecht de knoop door voor een aantal discussies die reeds jarenlang in de rechtspraak en rechtsleer bestaan.

Vennootschap als procespartij

Eén van die discussies is de vraag of de vennootschap als procespartij bij de procedure moet worden betrokken. Volgens het WVV is dit voortaan inderdaad het geval: de vennootschap moet als volwaardige procespartij bij de procedure worden betrokken.

Peildatum voor prijsbepaling

Een tweede discussie gaat over de vaststelling van de peildatum. De peildatum is de datum die als ijkpunt moet worden genomen voor het bepalen van de waarde van de aandelen. De peildatum kan van groot belang zijn, zeker wanneer de waarde van de aandelen door handelingen van de overnemende / overdragende aandeelhouder(s) significant is gestegen of gedaald.

Het WVV bepaalt dat de peildatum samenvalt met het moment waarop de Voorzitter de eigendomsoverdracht beveelt, wat in principe de datum van de gerechtelijke uitspraak zal zijn. Toch erkent de wetgever ook dat deze datum niet steeds billijk is.  Daarom mag de Voorzitter naar billijkheid een correctie toepassen als de waardebepaling op de peildatum – ingevolge relevante omstandigheden –  tot een onredelijk resultaat zou leiden. De Voorzitter heeft daarbij twee mogelijkheden: verschuiving van de peildatum, ofwel naar eigen inzicht verhogen of verminderen van de waarde van de aandelen naargelang de omstandigheden. Ook hier wordt de beoordelingsbevoegdheid van de Voorzitter dus sterk verruimd.

Hoedanigheid van aandeelhouder

Een derde, en laatste, discussiepunt is de situatie waarbij de verwerende partij tijdens een procedure tot uittreding – al dan niet bewust – de hoedanigheid van aandeelhouder verliest. Dat kan door zijn aandelen te verkopen of te vervreemden. De vraag is dan of de procedure nog kan doorgaan. De huidige wetgeving zegt daar niets over.

Het nieuwe ondernemingsrecht doet dat wel. Daarin staat dat de hoedanigheid van aandeelhouder moet worden beoordeeld op het ogenblik van de start van de procedure. Op die manier vermijdt men dat de verweerder in een procedure tot uittreding een veroordeling tot gedwongen overname omzeilt door zelf eerst zijn aandelen over te dragen. De overdracht kan wel nog steeds invloed hebben op de gegrondheid van de vordering, aangezien het in zo’n geval nog maar de vraag is of er nog sprake is van een gegronde reden als de verwerende partij geen aandeelhouder meer is.

Wij kunnen helpen

Het komt geregeld voor dat er conflicten ontstaan tussen aandeelhouders van een vennootschap. Wij bekijken graag met jouw de verschillende mogelijkheden om dergelijke conflicten te remediëren of, beter nog, daarop te anticiperen. Voorkomen is immers beter dan genezen.

Geschillen tussen aandeelhouders

Wat verandert er nog?

In dit dossier lichten we elke paar weken een nieuw facet van het WVV toe. Klik hieronder om de andere hoofdstukken te lezen:

Lees ook:

Vragen of meer uitleg?

Heb je na het lezen van dit derde hoofdstuk nog vragen of wens je meer informatie?

Neem contact met ons op.

Delen op